Kwaliteit

Coöperatie DEP streeft er naar dat alle ledenmest jaarrond geschikt is voor verbranding bij BMC Moerdijk. Dit wordt bereikt door mest op het bedrijf te drogen en zo een hogere NCW te realiseren. Coöperatie DEP ondersteunt haar leden daarin actief bij via bedrijfsbegeleiding en kwaliteitsrapportages.

Toelichting kwaliteitsrapportage
De kwaliteitsrapportage is een overzicht van de uitslagen van mestmonsters en wordt ieder kwartaal achteraf verzonden aan de leden van Coöperatie DEP. Regelmatig komen er vragen over de inhoud van de kwaliteitsrapportage. Download figuur met toelichting over de verschillende onderdelen op deze kwaliteitsrapportage >

Tips verbetering mestkwaliteit
Coöperatie DEP streeft naar een hoger percentage ledenmest dat geschikt is voor verbranding op BMC Moerdijk. Dit wordt bereikt door de verbrandingswaarde, de NCW (netto calorische waarde) en het droge-stof-gehalte van de mest te verhogen. Verse mest heeft een droge-stof-gehalte van ca. 30 %. Om de mest geschikt te maken voor verbranding is minimaal 55 % droge stof benodigd. Coöperatie DEP is actief bezig om haar leden te ondersteunen in het verbeteren van de mestkwaliteit en heeft een aantal acties ondernomen:

  • Bijeenkomsten met kennisgroepen
    Per deelsector is een kennisgroep samengesteld bestaande uit een aantal leden. In de bijeenkomsten is het managen van mestkwaliteit in de betreffende deelsector besproken. Er is ingegaan op management maatregelen en goedkope en effectieve investeringsmogelijkheden om de mestkwaliteit te verbeteren. De volledige verslagen van de kennisgroepen zijn te vinden op de website onder ‘Verbetering kwaliteit’.
  • Praktijkproeven
    Om meer inzicht te krijgen in effecten en invloeden op mestkwaliteit zijn een aantal proeven uitgevoerd. Momenteel lopen er nog een aantal proeven. Resultaten van de proeven worden aan u teruggekoppeld op de website of via de nieuwsbrief.
  • Bedrijfsbezoeken
    In samenwerking met de ZLTO zijn een aantal bedrijven bezocht die jaarrond droge mest hebben. Een samenvatting van de resultaten, tips en principes wordt hier weergegeven.

De mestkwaliteit wordt beïnvloed door verschillende factoren. Een goede mestkwaliteit is het gevolg van het totale bedrijfsmanagement. Het verkrijgen van een goede mestkwaliteit vraagt om een bedrijfsspecifieke combinatie van management en investering maatregelen.

 

Minimaliseren water inbreng

Drinkwater(systeem)
Een goede werking van het drinkwatersysteem voorkomt lekkage en zorgt voor een gezond dier met een goede vertering. Aandachtspunten en tips zijn:

  • Controleer het drinkwatersysteem op lekkages en repareer deze.
  • Reinig het drinkwatersysteem regelmatig.
  • Controleer de waterdruk regelmatig. Houdt de waterdruk zo laag mogelijk om lekkage en vermorsing te beperken.
  • Sluit tijdens de donkerperiode de watertoevoer af.
  • Stel de hoogte van de drinkpunten af op de grootte van de dieren.
  • Vul de balasttank van ronddrinkers voldoende en stel het waterniveau juist af.
  • Scherm de wateruitlaat van ronddrinkers af om vermorsing te voorkomen (zie foto).
  • Het type drinkbakken kan van invloed zijn op de mestkwaliteit evenals het gebruik van lekbakjes of cubs. In de kalkoenensector vermorsen zowel hanen als hennen minder water met een ronddrinker met brede rand (hanendrinker).
  • Het beperken van het aantal drinkpunten in de stal zorgt voor minder natte plekken in het strooisel. Ook kunnen drinklijnen worden afgewisseld gedurende een ronde.
  • Sluit een alarmering op de watermeters aan.

Voeding en vertering: 1) het voorkomen van verteringsproblemen en indien nodig, 2) het oplossen van verteringsproblemen. Voeding en vertering hebben grote invloed op mestkwaliteit en diergezondheid. Er zijn twee indicatoren die u informeren over de vertering binnen het koppel:

De mest
Gebruik mest als informatiebron voor de (darm)gezondheid en eventuele verteringsproblemen binnen het koppel.

  • De water/voer-verhouding.
    De samenstelling van voer heeft invloed op de water/voer-verhouding en daarmee op de uitscheiding van vocht via de mest. Wees daarom kritisch op voer en noteer dagelijks de water/voer-verhouding.
  • Het tijdig omschakelen naar voer van de volgende fase kan verteringsproblemen voorkomen, met als gevolg efficiënte groei.
  • Bespreek de kwaliteitsrapportage met uw voeradviseur en dierenarts.
  • Het bijvoeren van ruwe celstof (bijvoorbeeld luzerne of snijmaïs) in de scharrelruimte bevordert de vertering en de darmgezondheid.
  • Maagkiezel en grit in de mest verhoogt het as-gehalte waardoor de NCW daalt. Een verhoging van 1 % van het as-gehalte van de mest, geeft een verlaging van de NCW van 0,8 MJ/kg. Overdrijf de verstrekking van maagkiezel en grit niet. Enkele pluimveehouders uit de kennisgroepen voeren grit en maagkiezel in de voergoten in plaats van in het strooisel. Hierdoor ontstaat minder vermorsing waardoor mogelijk ook minder grit en maagkiezel hoeft te worden verstrekt.

Maximaliseren water afvoer
Stalklimaat: ventilatie en verwarming
In een optimaal stalklimaat kan de stallucht maximaal vocht opnemen en wordt vochtige lucht afgevoerd. Blijf daarom ook in de winter voldoende ventileren. Aandachtspunten en tips zijn:

  • Voorkom condensatie door isolatie.
  • Droge warme lucht kan meer waterdamp bevatten dan koude vochtige lucht. Als koude vochtige buitenlucht wordt opgewarmd, bijvoorbeeld door een warmtewisselaar, kan deze lucht meer vocht opnemen.
  • Investeer in gesloten verbranders (indirecte verwarmingssystemen). De lucht is droger, er is geen brandgevaar en er wordt vaak bespaard op stookkosten.
  • Controleer de instellingen van de klimaatcomputer en pas deze per seizoen aan (zomer / winter).
  • Controleer de sensoren voor temperatuur, luchtvochtigheid e.d. en ijk deze.
  • Met een rookproef krijgt u waardevolle informatie over het luchtbewegingspatroon in de stal.

Mest(band)beluchting
Het speerpunt van droge mest voor banden systemen of mest onder het rooster, is intensieve mestbeluchting. Aandachtspunten en tips zijn:

  • Zorg voor continue voldoende luchtbeweging over de mest.
  • Warme en droge lucht kan meer vocht opnemen dan koude vochtige lucht.
  • Vervuilde lucht verstopt beluchtingsgaatjes. Een slecht onderhouden beluchtingsysteem verliest rendement en zorgt voor hoge energiekosten. Onderhoud het systeem en reinig het regelmatig.
  • Wissel kleine gaatjes (ca. 3 mm) af met gaatjes van 5 à 6 mm. De grotere gaatjes verstoppen minder snel en er komt meer lucht over de mest. Houdt rekening met mogelijk verlies van luchtcapaciteit.

Aandachtspunten en tips voor bandenmest:

  • Draai mestbanden regelmatig af. In de zomer om de 5 dagen (in verband met vliegen). Laat in koude vochtige periodes de mest langer op de band liggen zodat de mest intensiever wordt belucht.
  • Draai de mestbanden tussen 2 afdraaimomenten een stukje vooruit voor optimale mestbeluchting.
     

Strooisel gebruik en bewerking
In alle stalsystemen is een droge opstart van positieve invloed op de mestkwaliteit: een droog begin is het halve werk! Werk vochtige plekken (in de scharrelruimte) los en strooi natte plekken bij. Het gebruik van strooisel en de bewerking van de strooisellaag wordt in de kennisgroep Kalkoenen en Vleeskuikens als speerpunt van droge mest genoemd. Een actief strooiselmanagement houdt in:

  • Gebruik in de opstart voldoende strooisel.
  • Door de strooisellaag intensief te bewerken (bijvoorbeeld met frees of cultivator) blijft de strooisellaag rul en via ventilatie wordt vocht afgevoerd.

Voor een stal met roosters wordt geadviseerd om voor de opstart een laagje (circa 2 cm) houtkrullen onder de rooster strooien. Dit neemt het resterende vocht uit de vloer op en de eerste "dunne" mest van de nieuwe kippen.

Maximaliseren nadrogen
Ook buiten de stal kan de mest verder gedroogd worden. Aandachtspunten en tips zijn:

  • Strooi een laagje houtkrullen op de lege vloer van de mestloods. De mestbult blijft rul en luchtig en door het luchtcontact kan de mestbult beter drogen.
  • Sla mest droog, rul en luchtig op. Zorg voor een dunnen laag nieuwe mest door de mest te verspreiden,  bijvoorbeeld met een mestverspreider. Een dunne laag mest kan beter drogen.
  • Gebruik in de mestopslag stallucht om over de mest te blazen. Zorg voor een overdekte, geïsoleerde en deels gesloten opslag zodat de lucht zeker contact maakt met de mest voordat de lucht vrijkomt.
  • Investeer in (na)droogtechnieken voor bandenmest zoals een droogtunnel of droogzolder. Realiseer 80 % droge stof, minder af te voeren tonnen mest en een korting op het tarief voor mestafzet.

Algemene tips

  • Verstopte gaatjes in beluchtingsbuizen en vervuilde ventilatoren, luchtroosters, warmtewisselaars en luchtmengkasten geven een hoger energieverbruik. Zorg dat deze schoon zijn voor een hoger rendement en een betere beluchting van de mest.
  • Repareer of vervang moeizaam lopende ventilatoren; deze kosten veel energie en verstoren een optimaal stalklimaat. Reinig de roosters van de ventilatoren voor een beter rendement.
  • Controleer regelmatig of er kieren en gaten in de stal aanwezig zijn en maak deze dicht. Kieren en gaten zorgen voor een ongecontroleerde luchtinlaat waardoor het stalklimaat wordt verstoord.
  • Ongedierte (zoals tempexkevers) kan ziekte verspreiden en onrust in de stal veroorzaken, regelmatige bestrijding is belangrijk om afkeur bij BMC Moerdijk te voorkomen.

Om mestkwaliteit op uw bedrijf te verbeteren, is het van belang om uw eigen aandachtspunten in beeld te brengen. Onderzoek de oorzaken van natte mest en pak mogelijkheden op. Verander in kleine stappen. Een hoge verbrandingswaarde wordt bepaald door de kwaliteit van het strooisel en gaat hand in hand met een goede gezondheidsstatus van het bedrijf. Voor uitgebreide informatie kunt u de informatiefolder per deelsector raadplegen. Deze zijn te vinden op de website onder het kopje ‘Verbetering kwaliteit’.

Indien u graag een keer de winstpunten op uw bedrijf in kaart wil laten brengen, kunt u zich aanmelden via info@cooperatiedep.nl of telefonisch contact opnemen (0499-320415)

 

Drie pijlers kwaliteitsbeleid
Het doel van ons kwaliteitsbeleid is het verminderen van de mestafzetkosten voor haar leden en daarmee leveren van goede mest voor verbranding binnen BMC Moerdijk. Ons kwaliteitsbeleid rust op drie pijlers:

Kennis opbouwen:

  • Onderbouwen meest effectieve managementmaatregelen om de mestkwaliteit per deelsector te verbeteren
  • Vaststellen van de belangrijkste kennisvragen
  • Laten uitvoeren onderzoeken

 
Kennis overdragen:

  • Snel doorgeven kwaliteitsrapporten geleverde mest
  • Delen kennis en ervaring vanuit de organisatie
  • Delen kennis en ervaring vanuit de leden / kennisgroepen
  • Gebruik internet site / e-mail / nieuwsbrieven / inleidingen bij studiegroepen

 
Bedrijfsbegeleiding:

  • Invullen incidenteel relatiebeheer op aanvraag vanuit pluimveehouder
  • Proactief beheer naar aanleiding van mestkwaliteit
  • Planmatig relatiebeheer en duurzame kwaliteitsverbetering te realiseren